Beleggen in Turbo’s: de boosters van RBS

In de zoektocht naar hogere rendementen komen we uit bij wat waarschijnlijk wel het meest extreme product is, de booster van de Royal Bank of Scotland (RBS), een van de twee grote aanbieders van turbo’s op de Nederlandse markt (samen met ABN Amro).

Een booster is een soort super turbo, doorgaans hebben deze een nog grotere hefboom, al wijzen we er op dat de grootte van de hefboom voor u pas vastgesteld wordt op het moment dat u een turbo (of booster) aankoopt. Dan ligt de hefboom tevens vast tot het einde van de looptijd.

Waarom is dit zo? We pakken de formule van de hefboom bij (in dit geval van een turbo long):

  • Hefboom = Referentiekoers/(Referentiekoers – Financieringswaarde)

De referentiekoers is de koers van de onderliggende waarde op het moment van aanschaf. De bank financiert het grootste gedeelte (de financieringswaarde). U ziet uit de formule dat hoe dichter de referentiekoers bij de financieringswaarde ligt, des te groter de hefboom. Dit kan op twee manieren:

  1. Een hoge financieringswaarde: bij gelijkblijvende referentiekoers, hoe meer de bank de onderliggende waarde financiert (in plaats van u met de turbo aanschaf), des te groter de hefboom.
  2. Een dalende referentiekoers. De hefboom wordt vanzelf groter als de referentiekoers de financieringswaarde nadert.

Een probleem is echter dat tussen de referentiekoers en de financieringswaarde een stop loss order zit, en als de referentiekoers deze overschrijdt wordt de turbo vanzelf gesloten. Hier is nu waar boosters in beeld komen.

  • Bij boosters zijn de financieringswaarde en de stop loss order gelijk.

Hierdoor kan de ruimte tussen de referentiekoers en financieringswaarde maximaal worden ingekort, wat de hefboomwerking scherp doet stijgen, en daarmee de mogelijke rendementen. Maar u kent het inmiddels van ons, rendement en risico gaan doorgaans hand in hand. De keerzijde van deze constructie is dat, gezien het feit dat de stop loss per definitie gelijk is aan de financieringswaarde er nooit een restwaarde overblijft als de stop loss wordt geactiveerd.

  • Boosters keren nooit een restwaarde uit bij activatie van de stop loss

Om verliezen voor de bank te voorkomen kunnen boosters alleen worden uitgegeven op zeer liquide onderliggende waarden. Waarom? Welnu, om te garanderen dat de stop loss ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd wordt deze doorgaans bestens in de markt geplaatst.

In minder liquide markten zou dit tot gevolg kunnen hebben dat de stop loss door marktomstandigheden beneden het financieringsniveau wordt uitgevoerd, waardoor de bank minder dan de financieringswaarde terugkrijgt, er ontstaat dan een netto verlies voor de bank.

Turbo’s beperken dit risico door de stop loss boven (of onder, in het geval van een turbo short) de financieringswaarde in te leggen, maar die veiligheidsmarge gaat ten koste van de hefboom.

Wat zijn de verschillen tussen turbo’s en boosters?

We zetten een en ander nog even op een rijtje:

  • Boosters hebben doorgaans een aanzienlijk grotere hefboomwerking.
  • Boosters hebben een financieringsniveau dat gelijk is aan de stop loss.
  • Het financieringsniveau en de stop loss worden bij boosters dagelijks aangepast, bij turbo’s is dat alleen met het financieringsniveau het geval, de stop loss wordt doorgaans slechts één keer per maand aangepast.
  • Bij activering van de stop loss blijft van de booster nooit een restwaarde over, bij turbo’s is dit doorgaans wel het geval.

Kortom, een interessant product, met name voor de daghandel, maar wij willen toch met name wijzen op de aanzienlijke risico’s. Dit is niet voor iedereen weggelegd.

Comments are closed.